Wat erin staat
De Commissie stelde de verordening op 23 maart 2022 voor; ruim drie maanden later was ze aangenomen, als antwoord op de Russische inval in Oekraïne en de prijsexplosie die volgde. Ze wijzigt de bestaande verordening gasleveringszekerheid (2017/1938) en voegt daar drie nieuwe artikelen aan toe: 6 bis (vuldoelen en vultrajecten), 6 ter (hoe lidstaten die doelen halen) en 6 quater (lastenverdeling met landen zonder opslag). De regels golden aanvankelijk tot en met 31 december 2025.
De kern staat in artikel 6 bis. Lidstaten moeten de opslagen op hun grondgebied uiterlijk 1 november vullen: in 2022 tot 80 % van de capaciteit, vanaf 2023 tot 90 %. Voor elk jaar vanaf 2023 dient iedere lidstaat met opslag vóór 15 september van het jaar ervoor een vultraject in met tussendoelen voor februari, mei, juli en september, gebaseerd op het gemiddelde vulniveau van de vijf jaren daarvoor. De Commissie stelt die trajecten vast in een uitvoeringshandeling. Wie meer dan 5 procentpunt onder het traject zakt, moet direct maatregelen nemen.
Er zijn uitzonderingen die het doel per land verlagen. Een land met veel opslag ten opzichte van het eigen verbruik hoeft niet meer op te slaan dan 35 % van zijn gemiddelde jaarverbruik van de vijf jaren ervoor. Een land dat in 2016 tot en met 2021 gemiddeld meer dan 15 TWh per winterseizoen (oktober-april) aan derde landen leverde, mag dat volume van het doel aftrekken. LNG in de tanks van terminals mag onder voorwaarden meetellen, en bij technische problemen met injectie schuift de deadline op tot 1 december.
Artikel 6 ter geeft lidstaten een gereedschapskist: leveranciers verplichten minimumvolumes op te slaan, ongebruikte opslagcapaciteit laten vrijgeven, strategische voorraden aanleggen, een speciale entiteit aanwijzen die het doel moet halen als de markt het niet doet, of financiële prikkels geven. Marktgebaseerde maatregelen gaan voor. Lidstaten zonder eigen opslag moeten elders volumes reserveren ter grootte van minstens 15 % van hun gemiddelde jaarverbruik.
De verordening regelt verder twee dingen die minder bekend zijn. Opslagbeheerders moeten worden gecertificeerd, zodat geen partij van buiten de EU via eigendom of zeggenschap de vulling kan dwarszitten. En toezichthouders mogen een korting tot 100 % geven op de transporttarieven van en naar opslagen en LNG-installaties, om vullen aantrekkelijker te maken.
Kernpunten
- 01Bindend vuldoel per 1 november: 80 % in 2022, 90 % vanaf 2023, voor de totale opslagcapaciteit per lidstaat.
- 02Tussendoelen voor 1 februari, 1 mei, 1 juli en 1 september, met een marge van 5 procentpunt.
- 03Nederland valt onder de uitzondering voor levering aan derde landen: de export naar het Verenigd Koninkrijk in de referentiejaren verlaagt het Nederlandse doel. Daardoor gold voor Nederland 74 % in plaats van 90 %.
- 04Maximaal doel voor landen met veel opslag: 35 % van het gemiddelde jaarverbruik.
- 05Bij technische problemen mag het doel uiterlijk 1 december worden gehaald.
- 06De bepalingen liepen oorspronkelijk tot eind 2025 en zijn met Verordening (EU) 2025/1733 verlengd tot eind 2027.
Letterlijk
“wordt de vuldoelstelling voor elke lidstaat waar de ondergrondse gasopslaginstallaties zich bevinden, verlaagd met het volume dat tijdens de referentieperiode 2016 tot en met 2021 aan derde landen is geleverd”
“Als ondernemingen meer gas moeten kopen wanneer de gasprijs hoog is, zou dit de prijzen nog verder kunnen opdrijven.”
“De vultrajecten moeten een marge van vijf procentpunten in acht nemen.”
Wat dit betekent voor de gasvoorraad
Gelezen naast de cijfers van oktober 2026
- Het Nederlandse percentage komt uit artikel 6 bis, lid 3. In een Kamerbrief van 14 januari 2025 (29 023, nr. 531) schrijft het kabinet dat de Europese percentages voor Nederland moeten worden gecorrigeerd voor de export naar het Verenigd Koninkrijk. Zo kwam het 90 %-doel voor Nederland uit op 74 %, ongeveer 107 TWh van de 144 TWh werkvolume.
- De zorg uit overweging 32, dat verplicht inkopen bij hoge prijzen de prijs verder opdrijft, is in 2026 precies de reden geweest om de doelen te verlagen. Op 11 september 2026 zette het kabinet het Nederlandse doel op 64 % (afgerond 93 TWh), na een oproep van de Europese Commissie in maart. Dat kon dankzij de flexibiliteit die Verordening (EU) 2025/1733 aan deze regels toevoegde.
- Op 3 oktober 2026 zaten de Nederlandse opslagen op 60,0 % (86,4 TWh, AGSI+). Onder het oorspronkelijke regime van deze verordening zou er nog ruim 20 TWh bij moeten om 74 % te halen, en dat vóór 1 november. Onder de huidige regels gaat het om ruim 6,5 TWh tot 64 %, met 1 december als uiterste datum.