gaspeil.nl
Documenten

Wet of verordeningEuropese CommissieCELEX 32024R2995, PB L 2024/2995 van 3.12.2024

Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2995 tot vaststelling van het vultraject met tussentijdse streefdoelen voor 2025 voor elke lidstaat met ondergrondse gasopslaginstallaties

In deze uitvoeringsverordening legde de Commissie per lidstaat vast hoe vol de opslagen op 1 februari, 1 mei, 1 juli en 1 september 2025 moesten zijn. Het is de laatste in een reeks van drie: na de verlenging van de opslagregels in 2025 stelt de Commissie zulke tussendoelen niet meer bindend vast.

Nederland, 1 februari 2025 (tabel)

47 %

Nederland, 1 mei 2025 (tabel)

39 %

Nederland, 1 juli 2025 (tabel)

57 %

Nederland, 1 september 2025 (tabel)

72 %

Vuldoel 1 november 2025 (tabel)

90 %

Voor Nederland na correctie 74 %.

EU-gemiddelde 1 februari 2025

ongeveer 50 %

Streven 55 %.

EU-gemiddelde 1 mei 2025

ongeveer 30 %

Streven 45 % bij hogere vraag of lager aanbod.

Nederland 2023 (Uitvoeringsverordening 2022/2301)

49 / 34 / 56 / 78 %

1 februari, 1 mei, 1 juli, 1 september 2023.

Toegestane marge

5 procentpunt

Wat erin staat

De gasopslagverordening van 2022 schreef voor dat de Commissie elk jaar vóór 15 november, op basis van voorstellen van de lidstaten, de vultrajecten voor het jaar erna vastlegt. Dat gebeurde voor 2023 (Uitvoeringsverordening 2022/2301), voor 2024 en, met deze verordening, voor 2025. De Groep coördinatie gas werd op 3 oktober 2024 geraadpleegd. De trajecten zijn gebaseerd op het gemiddelde vulniveau van de vijf voorgaande jaren en op de injectiecapaciteit per land.

De bijlage is een tabel met achttien lidstaten. Voor Nederland staan er 47 % op 1 februari, 39 % op 1 mei, 57 % op 1 juli, 72 % op 1 september en 90 % op 1 november. Die percentages gaan uit van het volle doel van 90 %. Een voetnoot verwijst naar de evenredige verplichtingen per lidstaat; voor Nederland betekent dat een correctie voor de gasexport naar het Verenigd Koninkrijk in de referentiejaren, waardoor de feitelijke Nederlandse doelen lager liggen.

De overwegingen geven de Europese gemiddelden. De Commissie mikte op ongeveer 50 % op 1 februari 2025, met 55 % als streven, mede omdat de doorvoer van Russisch gas via Oekraïne op 1 januari 2025 stopte. Voor 1 mei vond ze ongeveer 30 % voldoende, met 45 % als streven bij hogere vraag of lager aanbod. Een vulgraad tot 5 procentpunt onder het traject telde nog als in orde.

Ter vergelijking: in Uitvoeringsverordening 2022/2301 voor 2023 stond Nederland op 49 % (1 februari), 34 % (1 mei), 56 % (1 juli) en 78 % (1 september). Het profiel voor 2025 begint dus iets lager in de winter, ligt in mei hoger en vraagt in september minder.

Kernpunten

  • 01Bindende tussendoelen voor 2025 voor achttien lidstaten met ondergrondse opslag.
  • 02Nederland in de tabel: 47 % (1 feb), 39 % (1 mei), 57 % (1 jul), 72 % (1 sep), 90 % (1 nov), vóór de Nederlandse correctie.
  • 03Na correctie voor de export naar het Verenigd Koninkrijk gold voor Nederland 39 % op 1 februari 2025 (56 TWh) en 74 % op 1 november, volgens een Kamerbrief van 14 januari 2025.
  • 04EU-gemiddelde op 1 februari rond 50 %, streven 55 %; op 1 mei rond 30 %, streven 45 %.
  • 05Marge van 5 procentpunt onder het traject.
  • 06Het is de laatste bindende trajectverordening: sinds Verordening (EU) 2025/1733 zijn tussendoelen indicatief.

Letterlijk

“Een minimale tussentijdse doelstelling op EU-niveau van ongeveer 30 % op 1 mei 2025 wordt voldoende geacht om de doelstelling van 90 % in november te halen”
Pagina overweging 8
“De door de lidstaten ingediende vultrajecten kunnen verschillen omdat zij een afspiegeling zijn van landspecifieke situaties.”
Pagina overweging 9

Wat dit betekent voor de gasvoorraad

Gelezen naast de cijfers van oktober 2026

  • Voor 2026 bestaat er geen vergelijkbare uitvoeringsverordening meer. Met Verordening (EU) 2025/1733 verviel de bevoegdheid van de Commissie om trajecten vast te stellen; lidstaten dienen nu zelf een indicatief vulplan in. De tussendoelen voor 2026 zijn dus richtpunten, geen verplichtingen.
  • Het verschil tussen de tabel (90 %) en het Nederlandse doel (74 %) verklaart een veelgehoorde verwarring. Wie de EU-tabel naast de Nederlandse vulgraad legt, ziet Nederland structureel achterlopen; tegen het gecorrigeerde Nederlandse doel lag het beeld anders. Sinds 11 september 2026 is dat doel 64 %.
  • Op het vulseizoen van 2025 volgde een winter die volgens ACER kouder was dan de voorgaande jaren. ACER noemde de Nederlandse vulgraad aan het eind van de winter 2025/2026 uitzonderlijk laag. Op 3 oktober 2026 stond Nederland op 60,0 % (86,4 TWh, AGSI+).

Samenhangende documenten