gaspeil.nl
Documenten

Wet of verordeningEuropees Parlement en Raad van de Europese UnieCELEX 32025R1733, PB L 2025/1733 van 10.9.2025

Verordening (EU) 2025/1733 tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1938 wat betreft de rol van gasopslag voor het veiligstellen van de gasvoorziening in de aanloop naar het winterseizoen

Met deze verordening verlengde de EU de vulplicht voor gasopslagen tot eind 2027, maar maakte haar een stuk soepeler. Het 90 %-doel bleef staan; de datum werd een periode van twee maanden en lidstaten kregen ruimte om tot 10 procentpunt lager uit te komen. Die ruimte gebruikte Nederland in september 2026 om het doel van 74 % naar 64 % te brengen.

Vuldoel

90 %

Ongewijzigd ten opzichte van 2022/1032.

Periode om het doel te halen

1 oktober tot 1 december

Was: uiterlijk 1 november.

Afwijking bij moeilijke omstandigheden

tot 10 procentpunt

Extra afwijking via gedelegeerde handeling

tot 5 procentpunt

Besluit van de Commissie, voor één vulseizoen.

Extra afwijking voor specifieke landen

tot 5 procentpunt

Productie boven verbruik, of opslag groter dan 40 TWh met injectieperiode van meer dan 115 dagen.

Afwijking op het 35 %-plafond

tot 3,88 procentpunt

Aandeel opslag in wintergebruik EU

30 %

Volgens overweging 4.

Looptijd

tot en met 31 december 2027

Wat erin staat

De vuldoelen uit 2022 zouden eind 2025 vervallen. De Commissie stelde op 5 maart 2025 voor ze twee jaar te verlengen. Het Parlement stemde op 8 juli 2025 in, de Raad op 18 juli, en de tekst staat sinds 10 september 2025 in het Publicatieblad. De overwegingen leggen uit waarom: de markt is ruimer dan in 2022-2023 maar nog steeds krap, Europa hangt meer aan LNG en concurreert daarvoor wereldwijd, en opslagen dekken volgens de tekst 30 % van het EU-gasverbruik in de wintermaanden.

De grootste verandering zit in de timing. In plaats van uiterlijk 1 november moet het doel nu op enig moment tussen 1 oktober en 1 december worden gehaald, en het niveau hoeft niet tot 1 december te worden vastgehouden. De vultrajecten met tussendoelen voor februari, mei, juli en september worden indicatief. Lidstaten stellen ze zelf op als vulplan; de Commissie legt ze niet meer vast in een uitvoeringshandeling en meldt ze alleen aan de Groep coördinatie gas (GCG). Een land mag zelf wel bindende nationale tussendoelen invoeren.

Daarnaast komt er afwijkingsruimte. Bij moeilijke omstandigheden, zoals een laag of negatief prijsverschil tussen zomer en winter, hoge prijzen, aanwijzingen voor handel die goedkoop vullen tegenwerkt of technische problemen, mag een lidstaat tot 10 procentpunt onder het doel blijven. Landen die meer produceren dan ze verbruiken, of die een opslag van meer dan 40 TWh hebben met een injectieperiode van meer dan 115 dagen, krijgen nog eens 5 procentpunt. Bij aanhoudend ongunstige marktomstandigheden mag de Commissie de algemene afwijking via een gedelegeerde handeling voor één vulseizoen met maximaal 5 procentpunt verder verhogen.

Wie het doel mist, moet de Commissie en de GCG direct uitleggen waarom en wat er is gedaan. De Commissie kan dan een aanbeveling sturen, waarbij ze rekening houdt met marktomstandigheden en met de verhouding tussen opslagcapaciteit en binnenlands verbruik. Opslagbeheerders melden voortaan maandelijks de vulgraad, en lidstaten geven door hoeveel gas van Russische oorsprong in hun opslagen ligt, voor zover bekend. Alle opslagbepalingen gelden tot en met 31 december 2027.

Kernpunten

  • 01Het vuldoel blijft 90 %, maar mag op elk moment tussen 1 oktober en 1 december worden gehaald.
  • 02Tussendoelen (vultrajecten) zijn indicatief geworden; de Commissie stelt ze niet meer bij uitvoeringsverordening vast.
  • 03Lidstaten mogen bij moeilijke marktomstandigheden tot 10 procentpunt onder het doel blijven.
  • 04De Commissie kan die afwijking bij aanhoudend ongunstige omstandigheden met maximaal 5 procentpunt verhogen, voor één vulseizoen.
  • 05Extra 5 procentpunt voor landen met eigen productie boven verbruik of met een zeer trage, grote opslag (meer dan 40 TWh en meer dan 115 injectiedagen).
  • 06De regels gelden tot eind 2027; de Commissie wil in 2026 het bredere kader voor energiezekerheid herzien.

Letterlijk

“Meer bepaald moet het voor de lidstaten mogelijk zijn om de vuldoelstelling op enig moment tussen 1 oktober en 1 december te behalen”
Pagina overweging 9
“kan elke lidstaat in het geval van moeilijke omstandigheden die het vermogen beperken om te waarborgen dat de ondergrondse gasopslaginstallaties overeenkomstig deze verordening worden gevuld, besluiten om tot tien procentpunten af te wijken”
Pagina artikel 6 bis, lid 5 bis
“Ondanks de aanzienlijke verbetering van de situatie op de gasmarkt ten opzichte van de periode 2022-2023 blijft de Europese gasmarkt krap en de geopolitieke situatie onduidelijk.”
Pagina overweging 6

Wat dit betekent voor de gasvoorraad

Gelezen naast de cijfers van oktober 2026

  • Dit is de juridische basis onder het huidige Nederlandse doel. Het kabinet verlaagde op 11 september 2026 het doel van 74 % naar 64 % (afgerond 93 TWh), te halen tussen 1 oktober en 1 december 2026. Dat zijn precies de 10 procentpunt afwijking en het venster uit deze verordening. Gaspeil rekent sindsdien met 64 % als hoofddoel.
  • Omdat de tussendoelen indicatief zijn geworden, zegt een vulgraad onder het traject in de zomer minder dan vroeger. Een lidstaat die in juli achterloopt, overtreedt daarmee geen bindende norm meer. De tussendoelen die Gaspeil in de grafieken toont, zijn daarom vooral een referentie.
  • Op 3 oktober 2026 stond Nederland op 60,0 % (86,4 van 144,0 TWh, AGSI+). Tot 64 % ontbreekt dan ruim 6,5 TWh. Met de netto ongeveer 500 GWh per dag die eind september binnenkwam, is dat ruim binnen de deadline van 1 december te halen, als de injectie doorgaat.

Samenhangende documenten