gaspeil.nl
Diepe analyse · Mei 2026

VGN: ‘Future of Gas Storage’ — wat het rapport beweert, en wat de data zegt

Vereniging Gasopslag Nederland publiceerde in april 2026 een uitgebreide positie over de toekomst van Europese gasopslag, gericht op de aanstaande herziening van de EU Security of Supply-verordening. Het rapport is technisch grondig — en tegelijk een lobby-positie van precies die operators waar het voorstel zelf voor pleit. Hieronder testen we de hoofdclaims tegen onze AGSI+ data en benoemen we waar de redenering een blinde vlek heeft.

~12 min leestijdBron-rapport: VGN, april 2026Data: AGSI+ / ALSI+ live

In het kort

Wie: Vereniging Gasopslag Nederland — branchevereniging van Nederlandse opslagoperators (onder andere NAM, TAQA, EnergyStock). Wat: een positiebepaling over hoe de EU het regelgevingsraamwerk voor gasopslag moet herzien, met als hoofdpunten het afschaffen van verplichte vuldoelen, een 90%-korting op transporttarieven en het opzetten van een EU-strategische gasreserve van ~20 bcm. Voor wie: de Europese Commissie (DG ENER), het Nederlandse Ministerie van Economische Zaken & Klimaat, en lidstaten in de aanloop naar de revisie van Verordening (EU) 2017/1938.

De diagnose in het rapport — dat het Europese gasopslagsysteem structureel in onbalans is, met 105 miljard m³ capaciteit tegenover een seizoensbehoefte van circa 50 miljard m³, en dat verplichte vulpercentages de SW-spread waar commerciële operators op draaien hebben uitgeknepen — kloppen grotendeels wanneer we ze tegen openbare AGSI+ data leggen. De voorgestelde oplossingen zijn echter, weinig verrassend, een uitbreiding van publieke steun aan exact de operators die VGN vertegenwoordigt. Dat maakt dit geen onafhankelijk onderzoek; het maakt het wél een goed gedocumenteerde startpositie voor een debat dat sowieso gevoerd moet worden.

Wie is VGN, en waarom is dit geen neutraal onderzoek?

Vereniging Gasopslag Nederland is de branchevereniging van de commerciële gasopslagoperators in Nederland. De leden zijn de partijen die — als de voorgestelde maatregelen worden overgenomen — directe financiële begunstigden zijn: hogere transporttariefkortingen, een markt waar regulered concurrentie uit Frankrijk en Italië wordt teruggedrukt, en strategische reserves die door de Commissie worden betaald maar door VGN-leden geleverd kunnen worden.

Dat is geen verwijt — branchverenigingen mogen en moeten zo scherp mogelijk hun positie verdedigen. Maar het verandert wel hoe je de tekst leest. Waar het rapport spreekt over “structurele competitive distortion” door regulered systemen in Frankrijk en Italië, zegt het impliciet: onze leden verliezen marktaandeel aan tariefgesubsidieerde concurrenten. Waar het waarschuwt voor “disorderly closure” bij ongewijzigd beleid, zegt het impliciet: onze leden zien hun businesscase verdampen. Die belangen vallen vaak samen met het bredere publieke belang — maar niet altijd.

Onze analyse hieronder gaat ervan uit dat het rapport een uitgangspositie is, niet een neutrale bevinding. Voor elke claim test ik wat onze onafhankelijke meetdata laten zien, en waar VGN’s framing mogelijk meer zegt over de auteur dan over de werkelijkheid.

Drie cijfers die kloppen

1. ~50% piek-benutting van withdrawal-capaciteit

VGN stelt dat de Europese gasopslagen op het piekmoment van januari 2026 ongeveer 995 mcm/dag onttrokken op een totale geïnstalleerde capaciteit van ~2.000 mcm/dag — een benuttingspercentage van ongeveer 50%. Dat is verifieerbaar: via GIE AGSI+ kunnen we per dag de aggregaat-withdrawal voor heel de EU optellen, en die cijfers komen overeen. De conclusie die VGN eraan vastknoopt — dat er “structureel overcapaciteit” is — klopt in volume-zin, maar mist een belangrijke nuance: de piekcapaciteit is bewust ontworpen voor een 1-in-20 of 1-in-50 winter, niet voor een gemiddelde winter. Het hele punt van de N-1-standaard is dat de capaciteit onbenut blijft tot ze nodig is.

2. LNG-terminals draaien onder 50% benutting

VGN schrijft dat de gemiddelde EU-LNG terminal benutting in 2024 onder 50% kwam, en bij enkele recent geopende terminals zelfs onder 35%. Wij meten de Nederlandse terminals direct: de EemsEnergy Terminal in de Eemshaven heeft een nominale jaarcapaciteit van ~85 TWh maar haalde in de laatste twaalf maanden een send-out van ruwweg 25–30 TWh. Dat is een benutting van 30–35% — exact in lijn met VGN’s claim. Voor Gate Terminal in Rotterdam ligt de benutting iets hoger. Live cijfers per terminal.

3. Gasvraag-projectie: 380 → 300 bcm in 2030

De prognose komt van de IEA European Gas Market Report 2025 en is consistent met de Eurostat-trendcijfers van de laatste drie jaar. Tussen 2021 en 2023 daalde het EU-gasverbruik met ongeveer 18%, en een groot deel van die daling lijkt structureel — energie-intensieve industrie die definitief naar elders is uitgeweken of geëlektrificeerd, gepaarte aan een versnelde NL-aardgasreductie sinds 1990. De claim is solide; de implicatie die VGN eraan verbindt — dat we daarom nu juist meer reservevolume nodig hebben omdat onverwachte schokken in een kleiner systeem relatief zwaarder doortikken — is verdedigbaar maar niet zelfevident.

Drie cijfers die nuance vragen

1. “Without policy intervention, disorderly closure”

VGN schetst zonder ingrijpen een “accelerated and disorderly wave of closures driven by financial distress”. Dat is een sterk frame voor wat in essentie zou kunnen zijn: de markt doet zijn werk en ruimt overcapaciteit op. In andere sectoren — staal, raffinage, kolencentrales — vinden we sluitingen bij overcapaciteit een teken van een gezond werkende markt, niet van een crisis.

Het verschil is volgens VGN dat gas-opslag een “insurance function” heeft die de markt structureel onderwaardeert. Dat argument is op zich valide voor de strategische reserve-laag. Maar het is ongeschikt om elke sluiting te framen als systeemfalen. De vraag die VGN bewust niet beantwoordt: hoeveel van de ~50 bcm overcapaciteit kun je wel verliezen zonder dat de N-1 en 7-daagse koude-spel-standaarden in gevaar komen? Het rapport benoemt een “20–30 bcm gecontroleerde reductie” maar legt de onderbouwing daarvoor niet bloot.

2. €6–9/MWh full-cycle kosten

Het rapport noemt €6–9 per MWh als typische totaalkosten voor seizoensopslag en onderbouwt dat met twee Nederlandse referenties: Grijpskerk (€74M op 23,9 TWh = €3,1/MWh full-cost) en Norg (€213M op 59 TWh = €3,6/MWh full-cost). Beide vallen lager uit dan de €6–9 bandbreedte die VGN citeert. De €6–9 omvat namelijk ook variabele injectie/onttrekkingskosten en cushion-gas-financiering die niet in de jaarlijkse opex zitten.

Dat is geen fout — het is een full-cycle vs operationele kosten-onderscheid. Maar de gemiddelde lezer zal de €6–9 in zijn hoofd laten zitten en niet realiseren dat ~60% van die kosten gefinancieerd wordt door de huidige werkkapitaal- posities, die bij sluiting deels terugkomen via verkoop van cushion-gas (zoals VGN zelf in de appendix erkent: “in case of storage closure there may be additional opportunity profits from the sale of the cushion gas”). De netto-kosten voor de Europese consument zijn lager dan de bruto-cijfers doen vermoeden.

3. De Hormuz-crisis als bewijslast

Het rapport gebruikt de Iraanse-Hormuz-crisis van februari 2026 prominentplaats — “20% van de wereldwijde LNG-supply transiteert deze zeestraat” — om aan te tonen dat domestieke opslag onmisbaar blijft. Dat is een sterke anekdote, maar een anekdote blijft het. Het beleidsdilemma is structureel: hoeveel verzekeringskosten betalen we per jaar tegen welke verwachte schade. Eén crisisgebeurtenis zegt nog niet veel over wat een proportioneel niveau aan strategische reserve is.

VGN’s eigen voorstel van 20 bcm strategische reserve komt uit een 6%-supply-shock-aanname, niet uit de Hormuz-crisis zelf. Die calibratie is verdedigbaar — maar het rapport leunt retorisch op het Hormuz-narratief om die calibratie te verkopen, en dat is een retorische kunstgreep die de lezer mag herkennen.

Wat het rapport níet zegt

Cushion-gas als verkoopwaarde

Op pagina 25 van het rapport (Appendix) staat in voetnoten dat de Regulatory Asset Base van de Franse en Italiaanse operators “waarschijnlijk de investeringen in cushion-gas niet omvat”, en dat “in case of storage closure there may be additional opportunity profits from the sale of the cushion gas.” In het hoofdverhaal komt dit punt nergens terug. Dat is opvallend, want het is potentieel meerdere-honderden-miljoenen relevant per opslag bij sluiting. De redenering “sluiten is verwoestend” wordt zwakker als sluiting een grote eenmalige uitkeer aan werkkapitaal oplevert.

De afnemende gasvraag is geen scenario, maar beleid

VGN noemt de afname van gasvraag als externe factor waar de sector mee moet leren omgaan. Maar de afname is geen natuurverschijnsel; het is het expliciete doel van de Europese Green Deal en de Nederlandse klimaatwet. De argumentatie van VGN — “gas blijft een belangrijk deel van de mix tot ver in de jaren 2030” — is operationeel waar, maar omzeilt de beleidsmatige vraag of opslagcapaciteit op het pad omhoog of omlaag moet om te helpen de doelen te halen. Een overcapaciteit die in stand wordt gehouden via tariefkortingen verlaagt de effectieve gasprijs en kan de transitie vertragen. Dat trade-off-argument staat niet in het rapport.

Het belangenconflict van de auteurs zelf

Een neutrale beleidsbriefing zou expliciet zijn over de financiële positie van de auteur ten opzichte van de voorgestelde maatregelen. VGN noemt dat het rapport door de branchevereniging is opgesteld, maar voert de tekst verder niet als belangenposition. De lezer die niet weet wie VGN is, zou kunnen denken dat dit een onafhankelijke beleidsanalyse is. Voor het rapport-doelpubliek (beleidsmakers in DG ENER) is dat geen probleem — die kennen VGN. Voor een breder publiek dat het rapport via media-citaten leest, is het wel een issue.

Wat dit voor Nederland betekent

Nederland is een van de vijf lidstaten die het gros van de EU-opslagcapaciteit huisvest. Concreet betekent dat: NL dragen de injectie-kosten (gemeten in miljarden tijdens de 2022-vulcampagne), terwijl de baten van Europese leveringszekerheid breed verdeeld worden. VGN heeft hier een terecht punt: er is geen Europese kostendelingsmechanisme voor de “verzekeringspremie” die opslag-hostlidstaten betalen.

Tegelijk is NL transitland. We profiteren van LNG-flows die via Eemshaven en Rotterdam Duitsland en verder bereiken, en van pijpleidinginfrastructuur die haar bestaansrecht ontleent aan onze geografische positie. De claim dat Nederland disproportioneel betaalt voor EU-zekerheid moet worden afgewogen tegen wat we als transitknooppunt aan netwerktarief- en gas-marktwaarde terugkrijgen. Het rapport noemt deze balans niet expliciet.

Voor Nederlandse beleidsmakers die de VGN-positie in een DG ENER-werkgroep gaan verdedigen, zijn dit de scherpe vragen die op tafel moeten:

  • Welke kwantitatieve afkalvingsgrens mag de NL-opslagcapaciteit maximaal hebben voordat de N-1-standaard in gevaar komt? Geef getallen, niet adjectieven.
  • Hoeveel kost het VGN-voorstel (90% transporttarief-korting + strategische reserve) per Nederlandse huishouden per jaar?
  • Welk deel van de huidige NL-opslagcapaciteit zou nog economisch rendabel zijn zonder enige nieuwe steunmaatregelen, alleen door het vrijlaten van de SW-spread?
  • Hoe verhoudt de voorgestelde EU-strategische reserve van 20 bcm zich tot het tempo waarmee NL-vuldoelen worden gehaald — en wat doet de combinatie van beide met de zomerprijs voor de consument?

Wat we vandaag al tonen — en wat nog niet

Het rapport bracht drie blinde vlekken in onze monitor naar boven. Hierboven hebben we ze als datablokken direct in deze analyse toegevoegd:

  • Withdrawal-capaciteit tracker: piek-onttrekking en benutting van geïnstalleerde capaciteit, in plaats van alleen vulgraad in TWh. Direct te zien hierboven onder “Drie cijfers die kloppen”.
  • Storage-type breakdown: splitsing tussen lege gasvelden en zoutcavernes, met indicatie van het deliverability-gewicht per type. Onder “Drie cijfers die nuance vragen”.
  • SW-spread tracker: maandgemiddelde TTF met realised winter-zomer spread tegen de €4/MWh viability-drempel. Hierboven onder “Wat dit voor Nederland betekent”.

Wat nog op de roadmap staat:

  • Fill-level-afhankelijke deliverability: AGSI rapporteert nameplate-capaciteit, maar bij laag fill-level zakt de werkelijke uithaal-snelheid sterk. ENTSOG-modellen tonen dat onderscheid; wij nog niet.
  • Forward SW-spread: onze realised spread is een ruwe indicator. De échte beslissing om commercieel te vullen leunt op forward prijzen voor Q3/Q4 vs Q1 — niet eenvoudig publiek beschikbaar maar mogelijk via ICE-EOD-data.
  • Transport-tariefimpact: VGN noemt 90% korting als hervorming. Inzicht in wat huidige tarieven per opslag bijdragen aan de €6-9/MWh full-cycle kosten ontbreekt nog volledig in onze monitor.

Conclusie

Het VGN-rapport is een degelijke positiebepaling met goede data en een belangenpositie. De diagnose — structurele overcapaciteit, gestoorde marktsignalen door vulplichten, non-level playing field met regulerede operators — klopt grotendeels en kan zonder schroom worden overgenomen. De voorgestelde oplossingen zijn echter precies wat je zou verwachten van de operators zelf: meer publieke steun, hogere transporttariefkortingen, een EU-strategische reserve die zij zouden uitvoeren.

Beleidsmakers die deze tekst tot zich nemen voor de SoS-Regulation-herziening van mei/juni 2026 doen er goed aan te erkennen dat de analyse betrouwbaar is en de oplossingen niet noodzakelijk neutraal. Een tweede, onafhankelijk onderzoek vóór de Raadsbehandeling — bijvoorbeeld door PBL, CIEP, of een door de Commissie aangewezen consultant zonder sectorlinks — zou de besluitvorming aanzienlijk steviger maken.

Bij Gaspeil leveren we de onderliggende data — vulgraad, withdrawal, LNG-send-out — graag aan als input voor zo’n onafhankelijke analyse. Onze publieke API is vrij beschikbaar onder CC BY 4.0.

Verder lezen

Bijgewerkt: 25 mei 2026 · Geschreven met behulp van AGSI+, ALSI+ en VGN’s eigen brongegevens · CC BY 4.0 voor hergebruik met bronvermelding.

Reactie of correctie? Laat het ons weten. Deze analyse staat los van VGN en is gefinancierd noch gereviewd door de sector.