- Schepen komen uit de aankomstlijst van de havenmeester van Rotterdam en uit AIS, het radiobaken van elk zeeschip.
- Posities zijn echt waar een kustontvanger het schip hoort, en geschat midden op de oceaan.
- Lading schatten we op scheepslengte en diepgang; na het lossen meten we hem in de tanks van de terminal.
- Herkomst volgt uit het AIS-spoor per schip, en uit het CBS per maand.
- Waarde is lading maal de gasprijs van vandaag. De marge is geen winst van één partij.
01Welke schepen komen er?
Elk zeeschip dat de Rotterdamse haven in wil, meldt zich vooraf bij de havenmeester. Het Havenbedrijf Rotterdam publiceert die aanmeldingen: naam, IMO-nummer, steiger en verwachte aankomsttijd, tot ongeveer tien dagen vooruit. LNG-tankers herkennen we aan hun scheepstype en aan de steiger, die "Gate" heet.
Voor Eemshaven doet Groningen Seaports hetzelfde, met een openbare bezoekenlijst voor Eemshaven en Delfzijl. Die kijkt ongeveer drie weken vooruiten geeft ook de echte aankomst- en vertrektijd. LNG-tankers herkennen we aan het scheepstype en aan de ligplaats: de Noordkade van de Wilhelminahaven, waar de FSRU's van EemsEnergy liggen.
De tweede bron is AIS: het radiobaken dat elk zeeschip uitzendt met positie, snelheid, koers en de bestemming die de bemanning zelf intikt. Een schip dat "NLRTM" (Rotterdam) of "NLEEM" (Eemshaven) opgeeft, komt op de radar, ook als het zich nog niet in Rotterdam heeft gemeld.
Om te weten welke schepen LNG-tankers zijn, gebruiken we de lijst van ruim 500 schepen die Gate terminal heeft goedgekeurd. Zo'n schip dat bij een Amerikaanse exportterminal ligt, tonen we als kandidaat voor de volgende reis.
02Waar is een schip nu?
- Waargenomen: AIS werkt via ontvangers op de kust. Zo'n positie is groen op de kaart.
- Geschat: midden op de oceaan is geen ontvangst. Dan rekenen we terug vanaf de opgegeven aankomsttijd: uren tot aankomst maal 17,5 knopen, langs de gebruikelijke route. Oranje met een gestippelde rand.
- Doorgerekend: tussen twee AIS-meldingen laten we een schip doorvaren op zijn laatste snelheid en koers. Elke vijf minuten wordt dat gecorrigeerd.
Uit de Golf van Mexico is het ruim 5.100 zeemijl, twaalf dagen varen. Kijk je vooruit in de tijd, dan ligt een schip vanaf zijn aankomsttijd ongeveer een etmaal aan de steiger, vaart daarna leeg weg en verdwijnt.
03Hoeveel gas zit erin?
- Scheepsklasse: een schip van 285 tot 305 meter is een tanker van ongeveer 174.000 m³. Het lost 92 procent daarvan; de rest houdt de tanks koud. Dat geeft ongeveer 1.015 GWh.
- Diepgang: het schip meldt via AIS hoe diep het ligt. Leeg is rond 9,3 meter, vol rond 11,5. Daartussen rekenen we lineair. Zodra we van een schip een lege én een volle diepgang hebben gezien, gebruiken we dat eigen bereik.
- Gemeten: na het lossen vervangt de echte sprong in de terminalvoorraad de schatting. Die meting onthouden we per schip; bij een volgend bezoek is de schatting het gemiddelde van de laatste drie.
Ter vergelijking: Nederland verbruikt gemiddeld zo'n 800 GWh gas per dag, op een koude winterdag het dubbele. Eén grote tanker is dus een gemiddelde dag, of een halve koude.
04Wanneer is er gelost?
De terminals publiceren via GIE ALSI+ elke dag hoeveel gas er in hun tanks zit en hoeveel er het net op gaat. De lading van een dag is de sprong in de voorraad plus wat er diezelfde dag het net op ging. Daar is geen scheepsdata voor nodig.
Een lossing duurt een etmaal en valt vaak over de grens van de gasdag (06:00 uur). Daarom tellen we aaneengesloten dagen met instroom bij elkaar op, en splitsen we een dag met ruim meer dan één lading in twee schepen. Zo getoetst aan het CBS over 42 maanden: onze maandsom zit gemiddeld 5 procent naast het CBS-cijfer, en 3 procent eronder. Dat verschil is het gas dat een schip onderweg verbrandt en aan boord houdt.
Dezelfde gasstroom wordt aan de andere kant van de meter nog een keer gemeten: de netbeheerder GTS meldt per uur hoeveel gas van Gate en van Eemshaven het landelijke net in komt, via het Europese transparantieplatform ENTSOG. Twee partijen, twee meters, één stroom. Komen ze overeen, dan klopt de uitstroom waarmee we rekenen; de lossingen zelf toetsen we aan het CBS. In het terminalpaneel staat die controle.
- Gate: gemiddeld elke 2 tot 3 dagen een schip, rond de 1.000 GWh per keer.
- Eemshaven: elke 5 dagen, rond de 1.000 GWh, bijna altijd verdeeld over twee gasdagen.
05Waar komt het gas vandaan?
- Spoor: begint het AIS-spoor bij een exportterminal (Golf van Mexico, Hammerfest, Ras Laffan, Nigeria, Algerije, Trinidad), dan is dat de herkomst.
- Rederij: zonder spoor kijken we naar de eigenaar. Een schip van Venture Global vaart vrijwel altijd met Amerikaans gas.
- Rusland: Jamal-LNG komt rechtstreeks met een vaste vloot ijsbrekende tankers (Arc7, Christophe de Margerie-klasse), die we op naam herkennen. Of via overslag in Zeebrugge, Montoir of Kildin Bay bij Moermansk, waarna een gewone tanker doorvaart. Begint een AIS-spoor bij zo'n overslagpunt, dan staat er "Rusland, via Zeebrugge" als vermoeden. Op de kaart krijgen die schepen een rode ring en de overslagpunten een rode stip.
- Corridor: Russisch LNG heeft maar vier uitgangen: Portovaya en Vysotsk in de Finse Golf, en Kildin en Sabetta via de Barentszzee. Elk schip dat daar laadt vaart langs Finse, Estse of Noorse kustontvangers en verdwijnt daarna uit beeld. We volgen elke grote tanker die deze twee vakken binnenvaart. Gaat een schip leeg naar binnen, is het twintig uur of langer stil en komt het dieper terug, dan staat er "Rusland, waarschijnlijk" met het aantal uren en de diepgang voor en na. Dat is een afleiding uit het spoor, geen waarneming van de laadhaven; die vraagt satelliet-AIS. De knop "Russische corridor" toont welke schepen nu buiten bereik zijn en welke de laatste drie weken terugkwamen.
- Waarschijnlijk: zonder spoor en zonder duidelijke rederij kijken we in de Amerikaanse exportlijst of dit schip al vaker met Amerikaans gas naar Nederland kwam. Zo ja, dan staat er "waarschijnlijk Verenigde Staten", met het aantal eerdere reizen erbij. Het is een vermoeden en wordt twee maanden later bevestigd of gecorrigeerd.
- Onbekend: lukt geen van alle, dan staat dat er gewoon.
- Bevestigd: het Amerikaanse ministerie van Energie (DOE) publiceert elke lading die de VS verlaat, met schip, exportterminal, vertrekdatum en bestemmingsland. Die lijst komt ongeveer twee maanden later. Zodra een lossing daarin terug te vinden is, wordt de herkomst met terugwerkende kracht bevestigd, ook zonder AIS-spoor.
Het CBS publiceert per maand waar het Nederlandse LNG vandaan kwam, zes weken na afloop. In 2021 kwam nog een derde uit Rusland; in de zomer van 2026 komt ruim 70 procent uit de Verenigde Staten.
06De verwachting voor twee weken
- Aangemeld: lading van elk schip op zijn aankomstdag.
- Nog te verwachten: voorbij de laatste aanmelding per terminal het gemiddelde tempo van het afgelopen jaar.
- Uitstroom: het gemiddelde van de laatste dertig dagen. Is de aanvoer groter, dan lopen de tanks vol; anders leeg.
07CO2 van de reis
- Een grote tanker verbruikt geladen ongeveer 110 ton LNG per dag als brandstof; elke ton geeft 2,75 ton CO2.
- Afstand en dagen volgen uit de route. Golf van Mexico: 5.100 zeemijl, 12 dagen.
- Bij het verbranden van de lading komt ongeveer 200.000 ton CO2 vrij (0,2 ton per MWh, de standaardwaarde van het IPCC voor aardgas).
08Wat is een lading waard?
Gas wordt in Europa verhandeld op de TTF, de Nederlandse gasbeurs, in euro per megawattuur. Een schip van 1.015 GWh is bij € 80 per MWh ongeveer € 81 miljoen waard.
Wat er in Amerika voor betaald is, weten we niet per schip. We tonen een indicatie volgens het gangbare contractmodel voor Amerikaans export-LNG:
- Inkoop bij vertrek (FOB): 115 procent van de Amerikaanse gasprijs (Henry Hub) plus ongeveer $ 2,50 per MMBtu voor het vloeibaar maken.
- Aangeland: daar komt ongeveer $ 1,50 per MMBtu bij voor de overtocht en het weer gasvormig maken in Rotterdam.
- Marge: de TTF-waarde minus de aangelande prijs.
Wie draagt het prijsrisico op zee? Bij FOB gaat de lading in de Verenigde Staten over op de koper, meestal een handelaar of energiebedrijf; de prijs is dan al vastgelegd. Bij levering DES (delivered ex ship) gaat de lading pas over in Gate of Eemshaven. In beide gevallen is de prijs vaak al maanden eerder afgedekt met termijncontracten.
09Wie verdient eraan, en wie niet?
- Producent en exportterminal in de VS krijgen Henry Hub plus een vaste liquefactievergoeding (het contractmodel dat de grote Amerikaanse exporteurs publiceren). Die vergoeding ligt voor jaren vast en beweegt niet mee met de TTF.
- De koper van de lading, een handelaar of energiebedrijf, koopt FOB en verkoopt in Europa. Op papier de partij met de marge. In de praktijk is de verkoop vaak al vooraf afgedekt: een lading die is ingekocht toen de TTF op € 35 stond en nu bij € 80 aankomt, was al lang verkocht tegen de prijs van toen.
- Reder en terminal verdienen een vaste vergoeding voor het schip en de steiger. Dat zit in de $ 1,50 en staat los van de gasprijs.
- EBN, het staatsbedrijf dat de opslagen vult, koopt geen tankers. Het koopt gas op de TTF met een publieke vulopdracht. Daarbij hoort een verbod op speculatie: elke inkoop wordt direct afgedekt met een verkoop voor dezelfde winter, en kosten en opbrengsten worden verrekend met de overheid. EBN mag hier geen handelswinst op maken.
- Gasunie en GTS, de netbeheerders, zijn gereguleerd door de ACM. Hun tarieven staan los van de gasprijs.
10Waar het model ophoudt
- Lading en waarde zijn schattingen tot ALSI de meting levert.
- Posities op de oceaan zijn berekend. Een schip met vertraging staat te ver vooruit tot de volgende aanmelding.
- Herkomst is pas zeker met een AIS-spoor of, twee maanden later, met de Amerikaanse exportlijst.
- Eemshaven: de lijst van Groningen Seaports noemt geen rederij of vorige haven; de herkomst komt daar alleen uit het AIS-spoor en de Amerikaanse exportlijst.
- De inkoopprijs volgt één contractmodel. Echte contracten wijken af en zijn meestal gehedged.
- Sporen op de kaart gaan 60 dagen terug; het volledige archief sinds 9 september 2026 wordt nooit gewist en staat per schip op de scheepspagina.
Bronnen
Voorbeeldcijfers op deze pagina zijn van 9 september 2026.